
Het is niet aan iedereen gegeven om een slang in de tuin te hebben. In gebieden met ringslangen is het nochtans niet ongewoon dat je een “tuinslang” tegenkomt. Een ringslang is ongevaarlijk en niet giftig en is, bij nader toezien, ook niet te verwarren met een hazelworm – een eveneens ongevaarlijke, pootloze hagedis.
Ringslangen gebruik geregeld mest- en composthopen, zowel als schuilplaats als als broedplek. Voor de voortplanting heeft de slang plekken nodig waar de temperatuur hoger is dan de omgevingstemperatuur (ca. 25-30°).
Voor de aanleg van een broeihoop meng je bladafval, paardenmest en takken. Onderin wordt een dikke bladerenlaag van enkele tientallen centimeters gelegd. Hiervoor kunnen ook andere composterende materialen, zoals gras, riet, schors en houtsnippers, ofwel compost worden gebruikt. Om de juiste broeiomstandigheden te verkrijgen wordt in het midden van de hoop de paardenmest gelegd. Daar bovenop komt een laag takken en als laatste weer een dikke laag bladeren. Het is belangrijk dat het materiaal voldoende los ligt, zodat een ringslangvrouwtje er gemakkelijk in (en uit) kan kruipen. Om de broei op gang te brengen wordt de hoop met enkele emmers water overgoten. In droge perioden kan het nuttig zijn om het bevochtigen te herhalen om de broei op gang te houden. De hoop is na het opzetten ongeveer 2 bij 3 meter breed en 1,5 tot 2 meter hoog, maar slinkt snel in de loop van het jaar.
Broeihopen liggen altijd op een beschaduwde en enigszins vochtige plek in de buurt van water (2 meter) en in of naast struweel of ruigte (1 meter). Zo zijn de broeihopen goed bereikbaar voor ringslangen en kunnen ze bij onraad snel het water in schieten. Bovendien kunnen jonge slangetjes beschutting zoeken in de ruigte.
Naarmate het materiaal composteert zal een nieuwe hoop moeten worden opgezet.
Vergelijkbare toepassingen
Meer weten
Voorlopig geen verdere informatie.